Rob Tognoni laat Gouden Leeuw sidderen

Ton van Tilburg van Blues Promotion Dongen had het concert van de befaamde bluesrockgitarist Rob Tognoni, afkomstig uit Tasmanië, Australië, voor zondag 23 oktober 2011 wel heel snel geregeld. Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan bracht BPD in 2007 een dubbele live-cd uit met daarop een kiene selectie van artiesten die de afgelopen twee decennia bij hen op het podium hadden gestaan. Onder wie Tognoni dus. Alleen wist de man daar zelf nog helemaal niets van. Daarmee geconfronteerd reageerde de gitarist laconiek dat hij daarmee akkoord ging. Mits hij een exemplaar van de cd mocht hebben en dat er opnieuw, zeven jaar na dato, een concert in Dongen zou worden geregeld. En aldus geschiedde zondag.

Voor een goeddeels volle en zeer enthousiaste bak speelde de Australiër in Dongen dus een soort van thuiswedstrijd. De gitarist had er zichtbaar zin in, en Dongen eveneens. In twee sets, samen goed voor twee uren dampende blues, bluesrock en klassieke (hard)rock, waarbij zijn gitaargeluid het midden houdt tussen die van Ted Nugent en Angus Young (AC/DC), gelet op bijvoorbeeld sterk aan ‘Thunderstruck’ refererende gitaar-riffs, scheurde Tognoni, stevig geruggesteund door bassist Frank Lennartz en drummer Mirko Kirtch, kriskras door zijn veelzijdige repetoire.

Opvallend daarbij was dat zijn verrassende debuut-cd ‘Stones And Colours’ uit 1995 met opener ‘Dirty Occupation’, ‘Bad Girl’ en ‘Black Chair’ al meteen veel aandacht kreeg. Ook klassiekers als een breed uitgesponnen maar geen tel vervelende ‘Baby, Please Don’t Go’ en ‘Hey Joe’ van good- old Jimi Hendrix – met een breekbare solo in het zeer rustige middenstuk – kregen veel bijval.

De Tasmaanse snaren-duivel, gewapend met zijn rode Stratocaster, liet zijn gitaar met ogenschijnlijk gemak om beurten janken, huilen of ingetogen snikken, dan weer snoeihard uithalend of subtiel wegzakkend in een hoorbare stilte, waarbij zelfs de laatste verstokte ouwehoer in de zaal zijn mond plots hield. Zaal De Gouden Leeuw is dan ook een perfecte ruimte voor dit soort laagdrempelige concerten, waar je als toeschouwer tegen het eind van de pauze gewoon een tikje op je schouder krijgt, waarna iemand je in Australisch slang vriendelijk vraagt of-ie er even door mag. En je dus graag een stapje opzij doet voor de hoofdrolspeler van die dag…

Met dank aan Lauren Wijffels

Geef een reactie

Laat hier je reactie achter!

*